Joke & Nico in Australia 2004

woensdag, maart 01, 2006

Stuart Highway - Northern Territory

Ook nu weer vertrekken we vroeg. De mist hangt nog over de weg. Er staat een verkeersbord bij het binnenrijden in Northern Territory. De volgende 265 km is er geen benzine in de wijde omgeving te vinden. Ze zijn tevens zo lief om er ons attent op te maken dat de wagen bij stevige kopwind ook nog eens meer verbruikt. De weg is wel veel beter dan de wegen in Queensland. Juist het omgekeerde dus!
We stoppen onderweg aan een typische parking met windmolen. Vroeger dacht men dat er geen water was in deze regio, maar er is wel degelijk water alleen zit ze zeer diep in de grond. Daarom zie je over heel Australia de gekende windmolens die dit water vanuit hun diepe schuilkelder naar boven pompen. Het water is natuurlijk niet drinkbaar maar kan zeker gebruikt worden voor oververhitte motoren. Wanneer we uitstappen worden we meteen aangevallen door vliegen die overal lijken tussen te kruipen. Het meest vervelende is de het gezoem rond je oren, het lijkt wel alsof ze in je oren kruipen. En zijn er nu nog bitter weinig vliegen want door de koude blijven ze weg. Help wat moet dan zijn in de zomer (december – januari). Nu begrijp ik waarom ze hoedjes kopen met een vliegengaas. Je zou voor minder. We hernemen onze weg richting Barkly Homestead. Reeds kilometers voordien wordt deze stad aangekondigd. Je kunt werkelijk niet missen – alhoewel – het is een grote parking met tankstation – annex hotel – campground – winkel. Meer dan dit moet je niet verwachten. Je ziet in 300 km geen huis, geen niemendal en dan plots in the middle of nowhere duikt dit tankstation op. En iedereen is blij dat hij hier is. Want vanaf nu lijkt alles dichtbij. Nog slechts 187km tot Stuart Highway. Ijs kopen, tanken, koffietje drinken, boterhammeke eten. En nu richting Tennant Creek. Dat is pas een stadje. Het lijkt wel alsof we in een ander land, in Afrika terecht gekomen zijn. De flashy, dure terreinwagens zijn vervangen door oude, versleten stationwagons waarvan je verwacht dat ze ieder moment uit elkaar gaan vallen. De propere toiletten zijn vervangen door stinkende pispotten, zelfs het tankstation lijkt vuiler dan alle andere tankstations. Overal lopen dronken of dakloze aboriginals, ronddwalend in de straten. We rijden via Stuart Highway naar Devils Marbles. Het lijkt alsof de duivel hier zijn knikkers heeft uitgerold. Zomaar uit het niets doemen de grote ronde rode keien op. Sommige zijn in tweeën gesplitst, andere liggen mooi op elkaar gestapeld. Temidden van dat moois, heeft het nationaal park een campground ingericht. Bijzonder basic maar wel prachtig. Via een honestysystem betaal je je permit. Het is echt heet vandaag. We zoeken een plaatstje in de schaduw. De vliegen zoemen constant rond je oren. Nico ziet het op een bepaald moment echt niet meer zitten en vlucht de camper in, veilig achter het muskietennet leest hij zijn boekje.
Maar Devils Marbles komt pas echt tot zijn recht bij zonsondergang. De rode stenen kleuren nog roder. Het lijkt alsof de bollen gloeiende kolen worden.
Mits van klauter en klimwerk, geraak je vlot op de hoogste rotsen. Een adembenemend zicht.
Eénmaal de zon onder is, verdwijnen ook de vliegen en het gezoem. Een lekker warme avond, heerlijk om de sterren te aanschouwen en de nacht in te slapen.

Vandaag hebben we terug een lange rit voor de boeg. Deze keer via Stuart Highway. We rijden eerst naar Tennant Creek. In de lokale supermarkt koop ik een spuitbus die ook zou werken tegen de vliegen. Nico heeft gisteren echt een trauma opgelopen, dus willen we de reis niet verknallen zullen we gebruik maken van een niet echt milieuvriendelijke spuitbus. Het is tevens ook een probaat middel tegen muggen en binnenkort zullen we ook kennismaken met deze lieve beestjes. Ondertussen hebben we onze eerste echte warme nacht achter de rug. Voor het eerst hebben we voldoende gehad met een lakentje en hebben we de dekens als tweede matras gebruikt. Voor het eerst in een week zien we ook de eerste wolkjes opdoemen. Na nogmaals 250km rijden komen we aan afslag naar Newcastle Waters.
Volgens reisgids is dit een spookstadje. Waarom niet? Een echt spookstadje is het echter niet meer. Ondertussen hebben heel wat gezinnen terug hun stek gevonden in dit dorpje. Maar het is natuurlijk niet meer zoals weleer. Het stadje floreerde als verzamelplaats voor de stockmen (cowboys) die van hier uit het vee dreven. Ze logeerden hiervoor in het plaatselijk hotel. Dit hotel die eerder op een gevangenis lijkt , heeft zijn deuren begin jaren 70 gesloten. De stockmen werden hoe langer hoe meer vervangen door roadtrains.We besluiten om te stoppen in een camping in Dunmarra. De advertentie langs de weg voor het zwembad doet ons kwijlen. Een jump in het frisse water, heerlijk. En dat was het ook. Ook nu weer praten we met de kampeerders. Zo leren we van hen dat onze trip naar de thermale baden van Mataranka wel eens een maat voor niets kan zijn, want momenteel huizen tienduizenden fruitbats boven het thermale bad waardoor de stank niet te harden. Bovendien is het niet echt hygienisch om hier te zwemmen. Wij waren niet van plan om in Mataranka zelf te overnachten, maar opteren voor het nabij gelegen nationale park, Elsey NP.