Brisbane
We landen in Brisbane. Maar voor dat het vliegtuig landt, krijgen we een filmpje over de douane en de specifieke invoerrestricties.
We wisten reeds vooraf dat we geen eten mochten of konden invoeren maar dat ze zo streng waren, doet ons toch wel eventjes slikken. Ik heb in mijn handbagage een kruidencarrouseltje zitten. Is dat nu eten of niet? Volgens het filmpje wel en moeten we het dus aangeven. Hoe komt het toch dat we weerstand voelen wanneer we op het immigratieformulier het vakje ‘declare’ aankruisen. Nogmaals overleggen. Wat doen we gooien we het weg of kruisen we het aan. We kruisen het aan. Voor het eerst in ons leven volgen we de rode pijlen. Hebben we nu iets misdaan of niet.
We komen bij de douanier. Ik toon hem mijn potje kruiden. Hij draait het rond. Ruikt er aan. “OK, you can keep it. Anything else?” Ik voel mij toch wel een beetje belachelijk, maar neen dit was alles. Schuchter vraag ik hem of we het nu eigenlijk wel moesten aangeven. “Yes M’am you did the right thing. No worries. You have a very nice stay here in Australia. Enjoy yourself”. Zo’n vriendelijkheid. Zo’n smile. Hadden we daar nu voor schrik gehad. Wat een lieve man. De rest van de bagage wordt niet meer bekeken. De rest die “nothing to declare” had aangekruist wordt grondig onderzocht op appels, muntjes, chips, kauwgum, … En wij met ons kruidenpotje staan reeds buiten.
Via internet had ik reeds een hotel geboekt. Eventjes naar het nummer bellen en ze komen ons ophalen. In de aankomsthall staat een courtesy telefoon. Ik pak de hoorn op en terug zo’n lieve man aan de andere kant van lijn heet mij welkom. Ik krijg een gsm nummer en moet bellen. Sarah zal ons dan komen oppikken. Met mijn gsm bel ik naar Sarah. Sarah schrikt zich een breuk. Wie belt nu ook om 6u ’s morgens! Neen, ze kan niet komen haar bus is ‘broken’. Dan maar met de trein zeker? We betalen 10A$ per persoon, via een trap komen we op het perron. De zon brandt in onze ogen. Dat weerbericht van gisteren in de luchthaven, regen, niets van aan, blauwe hemel zo ver we kunnen kijken. Om 6uOO ’s morgens een heerlijk temperatuurtje (zo’n 15 graden).
We stappen af in Brunswick station. Deze wijk in Fortitude Valley is een uitgaansbuurt, op z’n ozzies. Dus nogal ruig. En dat merken we wanneer we buiten komen. Verschillende dronkaards lummelen door de verlaten straten. We wandelen naar ons hotel. Opnieuw worden we vriendelijk onthaald. Wat is dat toch met die Ozzies, hebben ze iets gedronken of zo. Probleem: onze kamer is nog niet vrij. Wat logisch is, het is per slot van rekening 7u30 ’s morgens. We mogen de bagage achterlaten, maar we moeten nog een uurtje wandelen. We trekken de stad door. Blijkbaar zijn er wijkfeesten. We maken de day after mee. We ontbijten, wandelen tot aan Wicked Campers. Morgen komen we hier onze camper ophalen.
Eigenlijk willen we stiekem kijken of onze camper er nog niet staat, maar de parking is leeg. Wicked campers maakt gebruik van oude vans die ze met graffiti bespuiten waardoor elke ‘campervan’ een eigen karakter heeft. Op de website hebben we zelfs één gezien met blote borsten. Nico hoopt stiekem dat hij met deze camper mag rondtoeren, alhoewel de James Bond campervan er ook wel mag zijn. Morgen weten we met welke campervan we een maand zullen rondtoeren.
Na een uurtje komen we terug in Balmoral House. Reeds veel meer beweging, maar de kamer is nog steeds niet vrij. Na een hele nacht vliegen begint de vermoeidheid te wegen. Een bed, een douche … heerlijk. We mogen op het terras zitten. We lezen een boekje en ja hoor een uurtje later krijgen we onze kamer. We hebben niet veel tijd nodig om in slaap te vallen en te genieten van de Australische frisse wind die de kamer verfrist.
Om 12 uur maken we ons klaar om Brisbane te bezoeken. We wandelen naar Wickhamstreet. Daar zijn verschillende chinese eethuisjes. We zijn toch wel weer in Chinatown beland zeker. We krijgen een heerlijk maaltijdsoep. Lekker. Hier komen we nog terug! In de Lonely Planet heb ik gelezen dat Wickhamstreet verschillende campingmegastores zijn. Ideaal, want we hebben ons gaslicht (campinggaz) mee uit België en volgens de website van campinggaz verkopen ze de gasvulling in deze winkels. We vinden ze vrij vlug. Maar als ze dat megastores noemen wat moet dan een gewone winkel zijn. Zo klein, zelf de adventure winkels in België zijn 4x zo groot als deze ‘megastores’. Geen Campinggaz. Jammer, maar we hebben al iets geleerd van de ozzies ‘no worries’. We wandelen richting Brisbane River.
De zon blijft schijnen. We wandelen langs Brisbane river het centrum in. Queenstreet is de winkelstraat van Brisbane. Nee, eventjes geen winkels meer, na Singapore hebben we voldoende winkels gezien voor een hele tijd. In Albertstreet vinden we nog een campingwinkel. In de vitrine staat de ski-kledij tentoongesteld. Ja, mocht je het nog niet weten het is winter in Australia. Gelukkig bestaat er nog nepsneeuw. Groot is onze verrassing wanneer we merken dat ze hier wel campinggaz verkopen. Maar ja welk soort cartridge hebben we nodig. Na wat discussie kiezen we – in het hotel blijkt het natuurlijk de verkeerde te zijn. We vinden op weg naar huis een Woolworths. Dé winkelketen bij uitstek om je ‘groceries’ te kopen. We kopen het hoogstnoodzakelijk: drinken, brood, chips, beleg, yoghurt – geen bier. Terug aan Brunswick zien we een liquorstore. En jawel hoor daar verkopen ze wijn en pintjes. We kopen een goeie fles wijn en een paar pintjes. Klaar om de nacht in de te gaan. De spanning stijgt. Morgen pikken we onze camper op. We hebben het verkeer al een beetje afgeschoten en ze rijden rustig. Het moet te doen zijn. Maar links rijden, zal dat lukken? Wie weet …
’s Nachts worden we gewekt door een overactief koppel die woord bij daad voert, want naast het gekraak van het bed horen we vooral een vrouw die het bij elke beweging uitschreeuwt. Maar blijkbaar heeft ze er na één keer nog niet genoeg van. En beginnen ze opnieuw … en opnieuw. Ik vraag mij af tot hoe ver ze in de straat dit tafereel horen. Gelukkig hebben ze er na een paar uur genoeg van en valt de stilte terug over Balmoral House. No worries, mate.
Het hotel heeft een keuken. Iedereen mag deze gebruiken. Je kunt eten en drinken in de frigo stoppen. Je kan gebruik maken van potten, pannen, toaster. Nico is in zijn nopjes. Na de suikerzoete koffie van Singapore kan hij hier zelf koffie zetten. Weliswaar met nescafé maar toch dit is volgens hem koffie. Een dag kan je pas echt starten met koffie. Broodje toasten, beleggen met kaas. De dag start heerlijk.
We maken de bagage, checken uit en wandelen naar Wicked campers. We mogen ons materiaal daar achterlaten en om 14u onze camper oppikken. Nog steeds geen camper op de parking. Eerst wandelen we terug naar de campingwinkel om de cartridge te wisselen. Daarna naar Woolworths om wat basisinkopen te doen, zodat we de eerste nacht in de camper kunnen overleven. Nog iets eten in het restaurantje van gisteren en dan terug naar Wicked Campers. De campervan heeft wat vertraging. We zitten buiten in de zon te wachten. Een stagiaire regelt onze papieren. We hebben alles vooraf geboekt. Ik heb alle communicatie afgeprint. We krijgen de prijs zoals afgesproken in de laatste mail: 52A$ per dag + 5A$ per dag (extra verzekering) + 200 A$ one way fee en 200A$ outback fee.
Na een uur wachten rijdt looney tune binnen. We kennen onze camper.
Hij ziet er oud uit. We krijgen uitleg. In 5 minuten is alles uitgelegd en daar zitten we dan, in onze camper. De baas komt met een fles champagne, omdat we zo lang hebben moeten wachten. De maan verdringt langzamerhand de zon. We moeten echt wel vertrekken. We willen de eerste nacht niet rijden terwijl het donker is. Op internet heb ik een camperplaats gevonden op amper 25 km. Daar gaan we heen. Nico vindt niet meteen de juiste versnelling. Hij moet de versnellingpook in derde trekken. We moeten nog meer dan 5000 km rijden met dit bakbeest. Zijn kilometerteller staat op 412.000, en dit met een benzinemotor. Eerst even tanken en ijs kopen voor in de frigobox. Onderweg stoppen we in Strathpine aan een groot winkelcentrum. We kopen een verlengdraad, watervoorraad, een grote T-bonesteak (voor amper 6A$) en nog wat basismateriaal. In de donker komen we toe op de Rest Area Willie Park. Er staan heel wat campers, maar dan geen campervan zoals wij, maar grote, neen, megagrote bakken. In de donker moeten we alles een plaats geven. Gelukkig weten we iets af van kamperen, meer nog gelukkig hebben we thuis ook een zwerfwagen. Nog wat eten klaarmaken, het bed maken en dan de heerlijke rust.
We wisten reeds vooraf dat we geen eten mochten of konden invoeren maar dat ze zo streng waren, doet ons toch wel eventjes slikken. Ik heb in mijn handbagage een kruidencarrouseltje zitten. Is dat nu eten of niet? Volgens het filmpje wel en moeten we het dus aangeven. Hoe komt het toch dat we weerstand voelen wanneer we op het immigratieformulier het vakje ‘declare’ aankruisen. Nogmaals overleggen. Wat doen we gooien we het weg of kruisen we het aan. We kruisen het aan. Voor het eerst in ons leven volgen we de rode pijlen. Hebben we nu iets misdaan of niet.We komen bij de douanier. Ik toon hem mijn potje kruiden. Hij draait het rond. Ruikt er aan. “OK, you can keep it. Anything else?” Ik voel mij toch wel een beetje belachelijk, maar neen dit was alles. Schuchter vraag ik hem of we het nu eigenlijk wel moesten aangeven. “Yes M’am you did the right thing. No worries. You have a very nice stay here in Australia. Enjoy yourself”. Zo’n vriendelijkheid. Zo’n smile. Hadden we daar nu voor schrik gehad. Wat een lieve man. De rest van de bagage wordt niet meer bekeken. De rest die “nothing to declare” had aangekruist wordt grondig onderzocht op appels, muntjes, chips, kauwgum, … En wij met ons kruidenpotje staan reeds buiten.
Via internet had ik reeds een hotel geboekt. Eventjes naar het nummer bellen en ze komen ons ophalen. In de aankomsthall staat een courtesy telefoon. Ik pak de hoorn op en terug zo’n lieve man aan de andere kant van lijn heet mij welkom. Ik krijg een gsm nummer en moet bellen. Sarah zal ons dan komen oppikken. Met mijn gsm bel ik naar Sarah. Sarah schrikt zich een breuk. Wie belt nu ook om 6u ’s morgens! Neen, ze kan niet komen haar bus is ‘broken’. Dan maar met de trein zeker? We betalen 10A$ per persoon, via een trap komen we op het perron. De zon brandt in onze ogen. Dat weerbericht van gisteren in de luchthaven, regen, niets van aan, blauwe hemel zo ver we kunnen kijken. Om 6uOO ’s morgens een heerlijk temperatuurtje (zo’n 15 graden).
We stappen af in Brunswick station. Deze wijk in Fortitude Valley is een uitgaansbuurt, op z’n ozzies. Dus nogal ruig. En dat merken we wanneer we buiten komen. Verschillende dronkaards lummelen door de verlaten straten. We wandelen naar ons hotel. Opnieuw worden we vriendelijk onthaald. Wat is dat toch met die Ozzies, hebben ze iets gedronken of zo. Probleem: onze kamer is nog niet vrij. Wat logisch is, het is per slot van rekening 7u30 ’s morgens. We mogen de bagage achterlaten, maar we moeten nog een uurtje wandelen. We trekken de stad door. Blijkbaar zijn er wijkfeesten. We maken de day after mee. We ontbijten, wandelen tot aan Wicked Campers. Morgen komen we hier onze camper ophalen.
Eigenlijk willen we stiekem kijken of onze camper er nog niet staat, maar de parking is leeg. Wicked campers maakt gebruik van oude vans die ze met graffiti bespuiten waardoor elke ‘campervan’ een eigen karakter heeft. Op de website hebben we zelfs één gezien met blote borsten. Nico hoopt stiekem dat hij met deze camper mag rondtoeren, alhoewel de James Bond campervan er ook wel mag zijn. Morgen weten we met welke campervan we een maand zullen rondtoeren.Na een uurtje komen we terug in Balmoral House. Reeds veel meer beweging, maar de kamer is nog steeds niet vrij. Na een hele nacht vliegen begint de vermoeidheid te wegen. Een bed, een douche … heerlijk. We mogen op het terras zitten. We lezen een boekje en ja hoor een uurtje later krijgen we onze kamer. We hebben niet veel tijd nodig om in slaap te vallen en te genieten van de Australische frisse wind die de kamer verfrist.
Om 12 uur maken we ons klaar om Brisbane te bezoeken. We wandelen naar Wickhamstreet. Daar zijn verschillende chinese eethuisjes. We zijn toch wel weer in Chinatown beland zeker. We krijgen een heerlijk maaltijdsoep. Lekker. Hier komen we nog terug! In de Lonely Planet heb ik gelezen dat Wickhamstreet verschillende campingmegastores zijn. Ideaal, want we hebben ons gaslicht (campinggaz) mee uit België en volgens de website van campinggaz verkopen ze de gasvulling in deze winkels. We vinden ze vrij vlug. Maar als ze dat megastores noemen wat moet dan een gewone winkel zijn. Zo klein, zelf de adventure winkels in België zijn 4x zo groot als deze ‘megastores’. Geen Campinggaz. Jammer, maar we hebben al iets geleerd van de ozzies ‘no worries’. We wandelen richting Brisbane River.
De zon blijft schijnen. We wandelen langs Brisbane river het centrum in. Queenstreet is de winkelstraat van Brisbane. Nee, eventjes geen winkels meer, na Singapore hebben we voldoende winkels gezien voor een hele tijd. In Albertstreet vinden we nog een campingwinkel. In de vitrine staat de ski-kledij tentoongesteld. Ja, mocht je het nog niet weten het is winter in Australia. Gelukkig bestaat er nog nepsneeuw. Groot is onze verrassing wanneer we merken dat ze hier wel campinggaz verkopen. Maar ja welk soort cartridge hebben we nodig. Na wat discussie kiezen we – in het hotel blijkt het natuurlijk de verkeerde te zijn. We vinden op weg naar huis een Woolworths. Dé winkelketen bij uitstek om je ‘groceries’ te kopen. We kopen het hoogstnoodzakelijk: drinken, brood, chips, beleg, yoghurt – geen bier. Terug aan Brunswick zien we een liquorstore. En jawel hoor daar verkopen ze wijn en pintjes. We kopen een goeie fles wijn en een paar pintjes. Klaar om de nacht in de te gaan. De spanning stijgt. Morgen pikken we onze camper op. We hebben het verkeer al een beetje afgeschoten en ze rijden rustig. Het moet te doen zijn. Maar links rijden, zal dat lukken? Wie weet …
’s Nachts worden we gewekt door een overactief koppel die woord bij daad voert, want naast het gekraak van het bed horen we vooral een vrouw die het bij elke beweging uitschreeuwt. Maar blijkbaar heeft ze er na één keer nog niet genoeg van. En beginnen ze opnieuw … en opnieuw. Ik vraag mij af tot hoe ver ze in de straat dit tafereel horen. Gelukkig hebben ze er na een paar uur genoeg van en valt de stilte terug over Balmoral House. No worries, mate.
Het hotel heeft een keuken. Iedereen mag deze gebruiken. Je kunt eten en drinken in de frigo stoppen. Je kan gebruik maken van potten, pannen, toaster. Nico is in zijn nopjes. Na de suikerzoete koffie van Singapore kan hij hier zelf koffie zetten. Weliswaar met nescafé maar toch dit is volgens hem koffie. Een dag kan je pas echt starten met koffie. Broodje toasten, beleggen met kaas. De dag start heerlijk.
We maken de bagage, checken uit en wandelen naar Wicked campers. We mogen ons materiaal daar achterlaten en om 14u onze camper oppikken. Nog steeds geen camper op de parking. Eerst wandelen we terug naar de campingwinkel om de cartridge te wisselen. Daarna naar Woolworths om wat basisinkopen te doen, zodat we de eerste nacht in de camper kunnen overleven. Nog iets eten in het restaurantje van gisteren en dan terug naar Wicked Campers. De campervan heeft wat vertraging. We zitten buiten in de zon te wachten. Een stagiaire regelt onze papieren. We hebben alles vooraf geboekt. Ik heb alle communicatie afgeprint. We krijgen de prijs zoals afgesproken in de laatste mail: 52A$ per dag + 5A$ per dag (extra verzekering) + 200 A$ one way fee en 200A$ outback fee.
Na een uur wachten rijdt looney tune binnen. We kennen onze camper.Hij ziet er oud uit. We krijgen uitleg. In 5 minuten is alles uitgelegd en daar zitten we dan, in onze camper. De baas komt met een fles champagne, omdat we zo lang hebben moeten wachten. De maan verdringt langzamerhand de zon. We moeten echt wel vertrekken. We willen de eerste nacht niet rijden terwijl het donker is. Op internet heb ik een camperplaats gevonden op amper 25 km. Daar gaan we heen. Nico vindt niet meteen de juiste versnelling. Hij moet de versnellingpook in derde trekken. We moeten nog meer dan 5000 km rijden met dit bakbeest. Zijn kilometerteller staat op 412.000, en dit met een benzinemotor. Eerst even tanken en ijs kopen voor in de frigobox. Onderweg stoppen we in Strathpine aan een groot winkelcentrum. We kopen een verlengdraad, watervoorraad, een grote T-bonesteak (voor amper 6A$) en nog wat basismateriaal. In de donker komen we toe op de Rest Area Willie Park. Er staan heel wat campers, maar dan geen campervan zoals wij, maar grote, neen, megagrote bakken. In de donker moeten we alles een plaats geven. Gelukkig weten we iets af van kamperen, meer nog gelukkig hebben we thuis ook een zwerfwagen. Nog wat eten klaarmaken, het bed maken en dan de heerlijke rust.

0 Comments:
Een reactie posten
<< Home