Joke & Nico in Australia 2004

dinsdag, februari 28, 2006

Op weg naar Australia met stopover in Singapore

’s Morgens om 6u30 vertrekken we met twee gevulde rugzakken richting station. Zoals altijd reizen we met de trein naar de luchthaven. Alhoewel we midden in de spits zitten, is er voldoende plaats op de trein en valt het allemaal reuze mee. We vliegen met British Airways, doordat we ons lid gemaakt hebben van hun frequent flyer programma kunnen we de dag ervoor online inchecken. Voor de vlucht naar London is dit gelukt. De vlucht naar Singapore is echter een BA-vlucht maar uitgevoerd door Qantas en het lukte niet om online in te checken. Jammer want zeker voor de nachtvlucht was een plaats met extra beenruimte comfortabel geweest, zeker omdat Nico bijna 2 meter is. Tijdens het inckecken in Brussel, fluistert Nico mij in het oor dat Lleyton Hewitt voor ons staat. Ik begin te lachen en vind dat hij inderdaad een trek weg heeft van de wederhelft van onze beroemste tennister. Ik begin nog meer te lachen wanneer de hostess zegt: goodmorning mister Hewitt.
Waarom ze op de vlucht naar London nog steeds drank en eten willen geven aan de passagiers blijft mij een raadsel. Het speedtempo waarmee ze hun taak moeten volbrengen, zorgt er voor dat het bijna op een komische film lijkt. Toegekomen in London hadden we slechts 1u15 minuten. Dat is behoorlijk krap, want je moet terug door de douane en dat betekent geduldig aanschuiven in de rij. Het voordeel is dat je niet hoeft te wachten éénmaal je door de controle bent, want amper aan de gate aangekomen en we kunnen inchecken.
We waren aangenaam verrast door Qantas. Het eerste wat ons opviel was dat de crew bijna geheel mannelijk was (coole macho’s maar onwaarschijnlijk vriendelijk). Het tweede wat ons opviel was de service en de hartelijkheid waarmee deze service werd aangeboden. No worries, mate is het eerste wat we horen. Het zal niet de laatste keer zijn. Wat een verschil met de koele afstandelijkheid van BA.
’s Morgens om 6u30 landen we met twee gevulde rugzakken in de luchthaven van Singapore. Eerst bagage oppikken, door douane en immigratie. We krijgen een snoepje aangeboden terwijl men de paspoorten controleert. Papiertje mooi in de vuilbak gooien, we hebben gehoord dat de boetes hier fenomenaal zijn. Wie weet misschien testen ze ons wel? Neen, hoor het is gewoon een kwestie van warm onthaal.
We zijn geland in terminal 2 en de MER (metro) vertrekt vanuit terminal 1. Met de skytrain (vertrek 1e verdiep) zijn we een minuut later in terminal 1. Dan met de roltrap naar beneden. Het is druk in de metro. We komen natuurlijk midden in de spits toe. Gelukkig is het nog niet zoals in Tokio waar ze de passagiers in het metrostel duwen.
Eerst met de metro van Changi Airport tot aan Tenah Merah (2 haltes). Wanneer we uit het metrostation komen valt ons op hoe tropisch het is. Zelfs de metro heeft airco. Gelukkig moeten we niet té ver stappen.
Na 5 minuutjes komen we toe in onze hostel The Incrowd. Even bellen, de deur gaat open. We vallen bijna over de tientallen schoenen die in het onthaal staan. En dan valt ons op dat iedereen blootsvoets in het hostel rondloopt, maar wat ons nog meer verwonderd zijn het aantal schoenen. Hier logeert veel volk. Al die teva’s hoe zullen we de onze nog kunnen terugvinden? We worden vriendelijk onthaald. Alles is in orde, we kunnen onmiddellijk inchecken, eerst eventjes cash betalen (gelukkig hebben we voldoende geld gewisseld in de luchthaven). En dan eindelijk horizontaal. De kamer heeft geen ramen maar het wel een ventilatiesysteem en airco. De toiletten en de douches zijn gemeenschappelijk maar zijn zeer verzorgd. Een echte frisse douche lukt niet, het wat heeft warm zelfs al zet je het op koud. De handdoeken hangen allemaal op een droogrek te drogen. Maar het lijkt er niet echt op dat ze drogen. We beslissen om eerst een paar uurtjes te tukken en dan de stad in te trekken.

Om 12u staan we op en trekken de stad in. De hostel ligt in de wijk little India. Zoals de naam reeds doet vermoeden zijn er dan ook ontelbare indische eetstalletjes in de buurt. We kiezen steevast voor de restaurantjes waar de plaatselijke bevolking zit te eten. Daar waar het meeste volk zit, waar geen toeristen zitten daar stekken we binnen. Deze techniek heeft ons nog nooit in de steek gelaten. Ook nu weer niet. Op de hoek van de straat vinden we een lokaal eethuis. Kijken in de potten, aanduiden wat je wil. Voor amper 3S$ (= 1,5€) eten we lekker indisch. Na de maaltijd eventjes wat geld afhalen. Op iedere hoek van de straat vind je een geldautomaat. Een supermarktje binnen om wat water te kopen en dan de stad in. We willen naar de zee. Met de kaart in de hand vertrekken we voor een stevige wandeling.
Een kaart is een fantastisch ding alleen is niet steeds duidelijk wat een autostrade is en wat een gewone grote laan is. Dus staan we plots voor een autostrade waar we niet over kunnen. Eventjes aan een local vragen. “Yes after kappa”. Dus wij zoeken naar wat volgens ons een winkel is die “Kappa” heeft. Tot we plots beiden beginnen lachen omdat we beseffen dat het geen kappa is maar carpark. We vinden de carpark maar niet de weg naar de zee. Uiteindelijk wandelen we de andere richting uit en komen we toch, wel met een omweg van 3 km, aan de zee.
De leeuw (het symbool van Singapore) staat te spuwen in de zee. De grote buildings van bankcity staan majesteus te kijken ernaar. Het lijkt wel New York.
We wandelen verder het centrum in. We hebben niet echt een doel. We verkennen gewoon de stad, in het besef dat we hier binnen een maand terugkomen voor 3 dagen. Uiteindelijk zijn we moegewandeld. We hebben een eerste indruk van de stad. Minder druk, meer winkels dan we ooit hadden vermoed. Heel Singapore lijkt op een bouwwerf gevuld met ‘malls’. We stoppen in de supermarkt kopen nog Tigerbier en wat chips en keren terug naar de hostel. We zullen eventjes wat uitrusten en dan iets gaan eten. Maar we vallen in slaap en worden pas wakker de volgende ochtend.

Na een heerlijk nacht, staan we omstreeks 8u00 op. Na een douche, stappen we blootsvoets naar beneden. We ruiken eitjes en toast. Een hypermoderne keuken volgeplakt met richtlijnen staat ons uitnodigend op te wachten. Maar zelfs met alle richtlijnen, verliezen we ons een beetje in de keuken. Stiekem kijken hoe de anciens – diegene die hier reeds meer dan 1 nacht vertoeven – het doen en dan maar naäpen zeker. Eitje bakken, broodjes toasten, instantkoffie klaarmaken en klaar is het ontbijt. Nico trekt een ontevreden gezicht wanneer hij aan koffie slurpt: koffie met melk en suiker, volgens hem een misdaad tegen de menselijkheid. Na het ontbijt start ik met het pakken van de rugzakken. We hebben niet veel gebruikt dus in een mum van tijd is dat ook al weer gefixt. We mogen de bagage achterlaten in een speciale gesloten kamer en we kunnen een locker gebruiken om onze persoonlijke spullen in op te bergen. We betalen hier 6S$ per persoon voor. Maar voor die prijs mogen we tot deze nacht gebruik maken van alle faciliteiten van de hostel. De idee dat we straks nog kunnen douchen, maakt het de 6S$ dubbel en dik waard. We trekken weer de stad in. Vandaag helemaal geen zon. Alles ziet er grijs uit. Het regent maar het blijft even warm. Het heeft absoluut geen zin om een regenjas aan te doen, dan zweten we nog meer. Dus laten we ons nat worden. Op een bepaald moment wordt de regen ons toch een beetje teveel.
We staan juist naast een museum. Impulsief stappen we binnen. We zijn blijkbaar terecht gekomen in het museum van de Singaporese brandweer en civiele bescherming. We krijgen een persoonlijke rondleiding. Kleuters worden hier jaarlijks uitgenodigd. Ze krijgen dan les over de gevaren van chemische catastrofe. Een eiland net voor Singapore is volgebouwd met chemische fabrieken. Als daar ooit iets misloopt dan deelt heel Singapore in de klappen. Dus krijgen zelfs kleuters les over de gevaren. Ramen afplakken, in de schuilkelder gaan, … het lijkt op een atoomoorlog. Het filmpje grijpt ons aan. Blijkbaar is de brandweer heel erg onder de indruk van de aanslagen van 9/11. De schrik zit er goed in. Stel dat een vliegtuig neervalt op dit eiland. Dan is singapore van de kaart verdwenen. Het warme onthaal doet ons zeer veel plezier. Nog even op de foto en ja nog een verrassing want op de foto staat de eerste brandweervrouw van Singapore. Een primeur dus!
Met een warm gevoel van menselijkheid wandelen we het Civil Defence Heritage Gallery terug uit. En wat blijkt ook de zon is weer van de partij.
We wandelen via Bencoolen Street naar het Fort Canning Park. Prachtige bloemen, tropische planten. We klimmen de heuvel waarop het park is aangelegd naar boven. Zitbanken zorgen ervoor dat je optimaal kunt genieten van het zicht.
We wandelen verder. We herkennen reeds een aantal punten die we gisteren ook reeds verkend hebben. We voelen de stad aan, en dat vinden we steeds fijn. Vandaag willen we zeker nog China Town zien. Een paar jaar geleden waren we in China, wanneer we net voor China town een chinese bakkerij passeren en de bapao broodjes ruiken, zijn we verkocht. We kopen er meteen 5 stuks. Mijn moeder zou zeggen: het is als een engeltje die op je tong pist. Om maar te zeggen dat ze heerlijk waren. Verse gestoomde broodjes gevuld met een pittig zoete vleespastei. Heerlijk. China komt nu echt dichtbij. We lezen in onze gids dat Temple Street, Pagodastreet en Mosquestreet nog traditionele winkelhuizen en koffieshops heeft. Ondertussen regent het weer. Winkeltjes dekken alles af met plastiek.
We merken echter niet veel meer van de traditionele huizen. Alles is gerenoveerd, maar het is zo goed gerenoveerd dat het onnatuurlijk nieuw is geworden. De huizen hebben een allemaal verschillende kleuren van verf gekregen, wat leidt tot een mooi schilderspalet van kleuren maar meteen ook afstotend werkt omdat het allemaal zo nieuw lijkt. We hebben het gevoel van een pretpark in plaats van cultuurhistorisch erfgoed. We geven de hoop niet op. Volgens onze reisgids zijn Pekinstreet nog niet gerenoveerd. We zoeken Pekingstreet maar vinden het niet. Nogmaals op de kaart kijken. We vinden wel een bijzonder groot overdekt winkelcentrum met nepstraatjes, maar geen Pekingstreet. Tot blijkt dat dit recent geopende winkelcentrum het allerlaatste renovatieproject was van Singapore. Pekingstreet in het nieuw, wat anders dan winkels en airconditioning. Wat verder vinden we zelfs een Belgian Beer Café. We wandelen terug naar ons hostel, maar eerst springen we binnen in een Food Center aan Bugisstreet. Honderden eetstalletjes. Voor 2 à 3 S$ kun je er alles eten wat je hartje belieft. In het midden staan tafeltjes. Je bestelt je eten en gaat gewoon aan een tafeltje zitten. We kiezen steeds voor die eetstalletjes waar een veel volk staat en waar minimale vormen van hygiëne gehanteerd worden. We hebben al vaak op die manier de lokale markt verkend. Meestal zien we er niet veel toeristen. Het is de plaats waar vooral de plaatselijke bevolking komt eten. We hebben al altijd goed gevaren. Vis, slaatjes slaan we met veel liefde over. We kiezen steevast voor pikante stoofpotjes of vers klaargemaakte wok.
Na deze heerlijke maaltijd trekken we terug naar onze hostelleke. Wat heerlijk is die douche. Nog eventjes pauzereren. Het is bijna 19u. Rugzak op de rug en terug naar BUGIS-station. Wat grappig gistermorgen liepen we hier ook met onze rugzak, en zweetten we ons te pletter. Nu is het een piece of cake. Ticket kopen, metro instappen, metro uitstappen in Tenah Merah, metro instappen, metro uitstappen, roltrap naar boven, skytrain naar Terminal 2 en bagage inchecken. Boven de incheckbalie van Qantas staat het weer in Brisbane. Het regent. Stiekem hopen we dat de zon zal schijnen wanneer we landen in Brisbane.
Alsof we nog niet genoeg winkels gezien hebben, blijkt ook de luchthaven één winkelcomplex te zijn. Wie nu nog geen digitale fototoestel gekocht heeft, wil echt wel gene hebben. In de luchthaven blijkt er een Mac Donald te zijn. Een koffietje dat zou deugd doen. De koffie is er goedkoper dan in Singapore, dat hebben we nog niet veel meegemaakt. Uiteindelijk wandelen we richting gate. Om 23u stappen we het vliegtuig in. Gisteren hebben we het omgekeerde gedaan. En toch lijkt het meer dan 2 dagen geleden.
De mannelijk crew checkt in. Australia here we come.