Joke & Nico in Australia 2004

dinsdag, februari 28, 2006

Great Keppel Island

’s Morgens bezoeken we natuurlijk de bomen met fruitbats. Stinken! Amaai een geur van ammoniak zorgt voor een walging. En daar hangen ze inderdaad met duizenden in een paar bomen. Ik vind het een walgelijk zicht. Vandaag hebben we een grote rit voor de boeg. Dus eerst tanken, oliepeil controleren, water controlen. We hebben amper 300km. gereden maar het oliepeil is duidelijk gezakt. Nico koopt 3 liter olie. Hij is wat bezorgd dat het oliepeil zo sterk gedaald is na amper 300 km. We beloven elkaar plechtig dat we vanaf nu elke morgen trouw het oliepeil zullen controleren. We rijden via Maryborough naar Childers en zo naar Gin Gin, Miriam Vale, Gladstone , Rockhampton tot in Yeppoon. We zijn verrast door het grote aantal caravans die we langs de weg tegenkomen. Het lijkt wel alsof heel Australia op reis is. We hebben er 400 km. opzitten. Alhoewel rijden in Australia bijzonder relaxed verloopt is Nico moe van te rijden. De zetels zijn niet meer wat ze geweest zijn, na 400.000 km zijn ze redelijk doorzeten. Na 400 km heb je dan ook het gevoel dat je direct op de vering zit ipv in een comfortabele zetel. We zouden normaal gezien kamperen in Byfield State Forest. Maar dat is nog eens 50 km rijden. Het zal donker zijn tegen dat we er zijn. We beslissen om in Yeppoon te blijven.
In het plaatselijke informatiekantoor krijgen we te horen dat alle campings volzet zijn maar dat er één camping is die een grote parking heeft en toelaat dat je daar kampeert. We rijden er naar toe en inderdaad de camping is volzet maar we mogen op de parking staan én gebruik maken van de camp kitchen en sanitaire blok. We maken een wandeling in Yeppoon.
Wanneer we terug zijn blijkt dat nog 2 andere wicked campers zijn toegekomen en zich naast de onze geplaatst hebben. We koken in de campkitichen, waar we gebruik kunnen maken van een 4 pits kookvuur, een grote gasBBQ, een toaster, een grote frigo en electriciteit. Ideaal om gsm en digitaal fototoestel op te laden. Ook nu weer vliegen de fruitbats boven ons hoofd. Blijkbaar hebben ze de boom boven onze camper uitgekozen. We horen dan ook de hele nacht het ‘gesmek’ van knabbelende en feestende fruitbats. Af en toe gooien ze hun etensresten op het dak van onze camper en heel af en toe maken ze ruzie met elkaar door te krijsen, maar we laten er onze nachtrust niet door in gedrang komen. In tegendeel het is de eerste avond dat het echt lekker warm is en dat we ’s avonds lang kunnen buiten zitten. Ons extra dekentje zal wederom niet veel effect hebben.
Vandaag vertrekken we in alle vroegte naar Roselyn Bay. Het is amper een paar kilometers naar de baai waar we de ferry nemen naar Great Keppel Island. Volgens de campinguitbater zijn er een aantal uitstekende plaatsjes om te snorkelen. Hij verwijst ons naar Monkey Beach en toont op de kaart hoe we moeten wandelen om er te geraken. Hij raadt ons aan om vroeg te gaan, want er kan mogelijks veel volk zijn. Aan de haven is een zeer grote parking, zonder enige schaduw, dus Loony Tune zal vandaag een ganse dag kunnen zonnen. Alles ziet er bijzonder professioneel en luxueus uit. Het lijkt wel alsof we een cruise zullen maken. Alhoewel ik reeds 34 ben krijg ik met mijn ISIC-kaart studentenkorting. Zo biedt het levenslang en levensbreeds leren toch nog wat voordeel. In de tuin kun je wachten tot de inscheping start. Het is zeker geen overrompeling, maar toch zit de boot redelijk vol. We worden vriendelijk onthaald, alles is tot in de punten georganiseerd. We besluiten net zoals de meesten om op het buitendek te zitten. We krijgen uitleg over de veiligheidsvoorschriften. We mogen terwijl de boot vaart ons niet meer verplaatsen. Toch wel wat overdreven die veiligheid! En dan vertrekt de boot. Er is veel deining, de boot gaat op en neer terwijl hij zich door de baren heen beukt. We verlaten de baai en koude zuidenwind blaast over ons heen. Iedereen zit te bibberen in zijn t-shirtje en korte broek. En daar zitten we dan. Het blijkt inderdaad een bijzonder hachelijke onderneming te zijn om je, terwijl de boot vaart, je nog te verplaatsen. Een gezin met kinderen probeert het, maar ze lijken eerder op een balletje in een flipperkast. Ondanks de koude volgt niemand hun voorbeeld en blijft iedereen braaf op zijn stoeltje in de koude wind zitten. De boot legt aan. Terug neemt de kapitein het woord. Hij legt ons uit dat we op een andere plaats terug opgepikt worden. We begrijpen het niet zo goed, maar een matroos legt ons nogmaals uit waar de boot zal liggen. De catamaran vaart tot aan het strand en iedereen stapt uit. Diegene die verblijven in het resort worden door hosts (want ook nu zijn ze weer mannelijk) opgevangen. De rest dwaalt er wat verloren bij en probeert de zon op te zoeken om dan toch een beetje op te warmen. We volgen de raad van de campingbaas op en wandelen voorbij het resort, tot aan de duinen. Daar staat inderdaad richtingaanwijzers voor een track.
Wij volgen Monkey Beach track. Na een wandeling van 30 min en steile afdaling komen we op een verlaten strand terecht. Wat heerlijk hier.
Zo mooi, zo verlaten en zo heerlijk warm. Doordat we nu aan de andere van het eiland zitten, hebben we geen last meer van de koude wind. We halen onze handdoek en boek uit en genieten van het uitzicht. Maar het kriebelt bij Nico. Op amper 50 meter van het strand start de koraal. Je kunt het gemakkelijk zien waar er koraal is. Je zoekt gewoon de stukken op die veel donkerder gekleurd zijn, want dat wijst op koraal. Hij heeft nog nooit gesnorkeld en we zijn naar hier gekomen om te snorkelen. Dus duikbril en snorkel uit de bagage, zwembroek aan en plons. Het water heeft koud. Maar om iets moois te zien moet je soms een beetje kunnen sterven. Na 20 min komt hij terug uit het water. Hij heeft boven een grote waterschilpad gezwommen en een pijlstaartrog en vele kleurrijke vissen. Prachtig. Meer dan de moeite waard. We besluiten om hier op dit verlaten strandje nog wat te blijven en nog een paar keer te snorkelen. Omstreeks 14u besluiten we om niet langs de track terug te keren, maar het via het strand te proberen. Het is klimmen en klouteren maar doordat het laagwater is, lukt dit nu perfect. We komen aan een ander baaitje waar ook heel veel koraal is, op amper 10 meter van het strand. We duiken terug het water in, maar het water staat jammer genoeg te laag. Het koraal steekt bijna het water uit. Je kunt onmogelijk nog erboven zwemmen. We wandelen verder het strand op, tot we terug aan het resort komen.
Hier is er duidelijk meer volk, maar naar ons gevoel ligt het er nog steeds vrij verlaten bij. We zien de catamaran in de verte liggen. Rustig mijmerend over de mooie dag, wandelen we terug naar de boot. Om 15u vaart hij terug richting Yeppoon. Het is bijna donker wanneer we aanleggen in de haven. De thermometer in onze camper geeft 40° aan. Ja loony Tune heeft zich vandaag kunnen opwarmen. ’s Avonds praten we nog lang na over de ervaringen van Great Keppel Island.