Kennismaking met de Nationale Parken
’s Morgens worden we wakker terwijl de zon onze camper opwarmt. De nachten zijn koud. Gelukkig hebben ik twee extra fleece dekens meegebracht. We hebben ze nodig gehad. Voor de rest viel het slapen in de camper zeer goed mee. We hebben een vrij groot bed. Naast de prijs was de grootte van het bed één van de redenen om een campervan van Wicked Campers te huren. Bij de campervan van de grote verhuurfirma’s (Herz, Apollo, Britz, …) zijn de bedden slecht 1, 90 meter. Grote mensen moeten ofwel met hun voeten buiten slapen of een maand lang een foetushouding liggen. Nico zag dat absoluut niet zitten. Ons camperbed is zeker 2m20 lang en zeker 1,40 meter breed. Ideaal! Terwijl Nico water opzet om koffie te maken, maak ik gebruik van rest area faciliteiten: een douche! Het is zeer spartaans maar ik zie het niet direct gebeuren op een Belgische parking. Het verrast mij dat alles zo net is. De toiletten, de douches, de picknickruimte, de BBQ. Alles ligt er verzorgd bij. Dat beloofd! Ik merk dat Nico ondertussen met onze buur met zijn grote camper aan het praten is. ‘We thought you we’re hippies”. Neen, het is een firma die zulke geschifte campers verhuurd. En dan volgt natuurlijk de vraag: “Where are you from?”. De man kijkt niet raar als we zeggen dat we uit België komen. Meestal moeten we uitleggen waar België ergens ligt. Maar deze man zijn ogen beginnen te glinsteren. “But then we are neighbours”. Ik zie Nico raar kijken. Ja natuurlijk zijn we buren, zijn camper staat naast de onze. “I’m from Holland. I emigrated 40 years ago”. Hij zal niet de enige Australische Nederlander zijn die we in Ozzieland tegenkomen.
We willen starten, maar Looney Tune wil niet. Nico kijkt bedrukt. Ik zie hem al denken: Knockaert heeft weer iets gehuurd. Maar dan vertel ik hem over de ‘Geittruk’. Mijn moeder heeft lang met een 2PK’tje gereden. Zij moest telkens 2 keer pompen en dan starten en choken. Gegarandeerde start! En jawel hoor. De geittruk doet het blijkbaar ook bij Looney Tune Ford Econovan.
Na het ontbijt rijden we langs landelijke wegen (Forest Drive vanuit Beerburrum) richting Glass House mountains. Dit zijn 13 vulkaantoppen, van wel 300 meter hoog. Toen Kapitein Hook in 1770 langs de kust voer, zag hij het zonlicht op de rotsoppervlakten weerkaatsen. Hij gaf toen deze bergen deze naam. Ondertussen zijn ze een Nationaal park geworden. Je kunt er korte en lange wandelingen doen.
Vanaf hier start een behoorlijk spectaculiare route langs Maleny en Mapleton. Watervallen, regenwouden, prachtige vergezichten.
De eerste rustplaats is Kondalilla National Park, waar een 90 meter waterval zich in een met regenwoud bedekte vallei stort. Alhoewel storten misschien wat overdreven is. We hebben er een wandeling van 4,8 km gedaan. (Picnic Creek Circuit en Kondallila Falls Circuit). Dan terug de auto in. Sommige zeggen dat dit de mooiste rit is in Queensland. Wij vonden het alvast de moeite waard. Ondertussen is Nico vroeger dan hij verwacht had gewoon aan het links rijden en Looney Tune heeft zich aangepast aan Nico zijn rijstijl (of is het omgekeerd). De volgende stopplaats is Mapleton Falls National Park. Een waterval van 122 meter stort hier naar beneden. En hier is het woordje storten wel op zijn plaats. We vervolgen onze weg richting Kenilworth National Park. Langs de weg staat een groot oranje waarschuwingsbord: Opgepast steile afdaling. Verboden voor caravans en trucks van meer dan 10 ton. We zijn geen van beiden, dus niet voor ons van toepassing. Honderd meter verder nog eens een waarschuwingsbord. We rijden door. Plots stopt de asfaltweg. De weg wordt éénrichtingsverkeer en wordt een veredelde bosweg met grote stenen en nog grotere putten. We hadden beloofd om niet op unsealed roads te rijden. We kunnen niet meer terug. We moeten verder. De weg daalt inderdaad bijzonder steil, met haarspeldbochten, vol diepe putten. Naast mij zie ik de afgrond. Alles wordt door elkaar geschud. Gelukkig werken de remmen goed en liggen er net nieuwe banden op. Nog 3 kilometer. Ze hadden ons ook wel mogen waarschuwen dat deze weg unsealed was. Ze waarschuwen ons voor steile afdaling. Maar dit is gewoon je reinste waanzin. Zelfs met een 4x4 is zo’n weg een hachelijke onderneming. No worries, mate roept Nico naar mij, terwijl hij aan 15 km per uur naar beneden rijdt. Gelukkig komt er niemand achter ons. Nog 1 kilometer. Hopelijk hebben we hier geen platte band. Ik kijk nog eens op de kaart. En de weg staat wel degelijk in een volle lijn, dus geasfalteerd. Ik bewonder Nico. Hij blijft koelbloedig. Gelukkig heeft hij veel rijervaring. Het einde is in zich. Zucht, we zijn terug op de asfaltweg. Hoe noemen ze dit ook al weer: avontuurlijk reizen.
We rijden verder naar Kenilworth. In het dorpje doen we nog wat inkopen. In een plaatselijk supermarktje praten we wat met de eigenaar. Ze zijn zo vriendelijk, waar verdienen we deze hartelijkheid. We willen nog wat bier kopen, we moeten naar het hotel gaan dat eveneens dienst doet als bar en liquor store. We vragen grote flessen bier. Aan de bar zitten een aantal mannen. Ze lachen. Ze vertellen ons dat we longnecks of tallies forex moeten vragen. Ah zo spreken ze die XXXX uit. In begin dachten we dat we bij de plaatselijke erotiekzaak waren, maar al vrij vlug hadden we door dat het favoriete bier van de Queenslander XXXX of four X is. Met 4 ijskoude pintjes, vers ijs trekken we het Nationaal Park in. De eigenaar van de supermarkt heeft ons beloofd dat Charlie Moreland de moeite waard is.
Oh neen we belanden weer op een unsealed road. Volgens het nationaal park was deze weg bruikbaar voor conventional car en caravan. We rijden door.
We komen aan de campground. Prachtig. We vullen ons selfregistration form in, stoppen 8 A$ in de enveloppe en parkeren ons. Het is een vrij grote campground, er staan maar weinig campers. We hoeven geen hout te sprokkelen voor de BBQ want er ligt een speciale houtvoorraad voor de campers. Net zoals in Amerika is BBQ’en niet met houtskool maar wel een groot vuur stoken. Het is 16u, de zon begint onder te gaan. De vogels fluiten zich te pletter. Welke zouden dat zijn? Kaketoes? Ze maken alvast veel lawaai. Overal stijgen rookpluimen op. Een rode gloed verwarmt elke camperplaats.
Het wordt echt wel koud. Een pull, een jas, dicht bij het vuur. Om 20u doven de vuurtjes en gaat iedereen slapen. Wij blijven volhouden, nog dichter bij het vuur, nog dichter bij elkaar. Om 21u geven we forfait. We kruipen in ons nest. Brrr wat is het koud. Onze thermoter geeft 6° aan. Het zal een koude nacht worden. En daar is maar één oplossing voor: elkaar verwarmen.
We ontwaken. Rond 4u deze morgen is het echt koud geworden. De twee dekens van Wicked camper en onze twee fleecedekens hebben ons net voldoende kunnen verwarmen. Nog niet zo koud als toen we in de Everglades bijna onderkoeld in ons tentje lagen. Maar toch wel een beetje koud gehad. Het wordt nog erger wanneer we uit ons bed stappen en echt de koude tegemoet gaan. De temperatuur zakt hier met 20° graden. ’s Middags is het rond de 24° maar ’s nachts zakt de temperatuur tot aan het vriespunt. Op de radio horen we dat het de volgende nachten terug zo koud zal worden. De journalist vraagt of we terug een extra deken zullen nodig hebben. De weerman beaamt haar vraag. De zon zit nog achter de hoge bomen, dus echt opwarmen doet het nog niet. Terug merken we de rookpluimen op. Iedereen heeft blijkbaar terug zijn vuur aangestoken. Voor de eerste en laatste keer bouwen we ons bed om tot zithoek en eten we binnen in onze camper. Ondertussen horen we de honderden vogels. Als er iets wonderbaarlijk is, dan is het wel dat. Op het toilet zitten en niets anders horen dan vogels, honderden, steeds weer opnieuw. Soms is het een hels lawaai waardoor het bijna pijn doet aan je oren, andere keren lijkt het alsof je gevangen zit in een volière. Een memorabel moment: wakker worden in Kenilworth met de vogels op de achtergrond.
Na het ontbijt plannen we nog een wandeling: de little yabba walk. Na zo’n uurtje zijn we terug aan de camper. De geittruk toepassen en weg zijn we! Op weg naar Amamoor, het volgende Nationale Park. Ook hier terug een mooi aangelegde parking, ook hier zijn we bijna de enige bezoekers. We doen de Cascade circuit en wandeling van 1 uur. Het is een wandeling waarbij we verschillende keren de creek oversteken maar waarbij we vooral veel moeten klouteren over stenen. We vragen ons af of er überhaupt wel iemand deze wandeling nog doet. Het lijkt allemaal zo verlaten. Maar ook nu is het wandelen in de natuur een bijzonder mooie maar vooral aangename belevenis. Ondertussen warmt de zon ons verder op. Als we terug bij de camper komen is het in de zon een aangename 25 graden. Nog eventjes gebruik maken van de parkingfaciliteiten, opnieuw zijn die ongelooflijk proper, opnieuw hangt er wc-papier. We zijn in middle of nowhere, we hebben in drie uur niet 1 auto of bezoeker gezien. En toch ligt alles er verzorgd bij. Vanuit Amamoor rijden we richting Gympie. Terug een grote stad met veel winkels. Tijd om eventjes te stoppen in Woolworths om levensmiddelen aan te kopen. De dekens staan in promotie, voor amper 6A$ kopen we er een extra deken. Als je voor 3€ warm kunt hebben, waarom niet. We tanken en zetten onze rit verder. In eerste instantie wilden we naar Great Sandy Beach NP rijden en overnachten in het Inskipp point Recrational Area. Dit is een groot natuurgebied die door de overheid als recreatiegebied is omgetoverd en waar ongeveer 3000 campers kunnen kamperen. Ze raden echter 4x4 aan en er zijn geen faciliteiten, ook geen toiletten of drinkbaar water. We opteren om vandaag op een camping te staan en rijden verder door naar Hervey Bay. Hierdoor rijden we een stuk verder dan we gepland hadden.
Hervey Bay is vooral gekend voor zijn whalewatching. De walvissen komen elk jaar in augustus en september naar deze baai om hun jongen op te laten groeien. Blijkbaar vinden ze het heerlijke warme water hier aangenaam. Maar we zijn nog niet eens half juli, alhoewel er reeds promotie gevoerd wordt om naar de whales te kijken, opteren we er voor om het niet te doen. Men vertelt ons dat de kans klein is. En 150A$ uitgeven om niets te zien is toch overdreven, nietwaar. In Hervey Bay zijn er 3 campings aan het strand die door de gemeente worden uitgebaat. We beslissen om op één van deze campings te overnachten. Verschillende kampeerders komen ons spontaan aanspreken, er wordt veel afgelachen en veel vertelt. En jawel hoor onze buur is weer een buur, het is weer een geïmmigreerde Nederlander.
Bij zonsondergang drinken we onze fles champagne op. Iets later vliegen duizenden vogels over die krijsen dat het geen naam heeft. We leren van onze buur dat dit geen vogels zijn maar fruit bats, jawel vleermuizen. Men noemt ze flying foxes. Hij vertelt ons dat we de volgende morgen maar eens moeten kijken, want dan hangen ze in grote trossen met wel 100.000 samen in enkele bomen aan het einde van esplanade.We kruipen ons nestje, deze nacht zullen we zeker geen koud hebben want we hebben een extra deken. Maar hier zijn de nachten veel warmer, ongelooflijk maar waar: we hebben het té warm. Ergens midden in de nacht gooien we extra deken weg. Daar gaat onze 6A$.
We willen starten, maar Looney Tune wil niet. Nico kijkt bedrukt. Ik zie hem al denken: Knockaert heeft weer iets gehuurd. Maar dan vertel ik hem over de ‘Geittruk’. Mijn moeder heeft lang met een 2PK’tje gereden. Zij moest telkens 2 keer pompen en dan starten en choken. Gegarandeerde start! En jawel hoor. De geittruk doet het blijkbaar ook bij Looney Tune Ford Econovan.

Na het ontbijt rijden we langs landelijke wegen (Forest Drive vanuit Beerburrum) richting Glass House mountains. Dit zijn 13 vulkaantoppen, van wel 300 meter hoog. Toen Kapitein Hook in 1770 langs de kust voer, zag hij het zonlicht op de rotsoppervlakten weerkaatsen. Hij gaf toen deze bergen deze naam. Ondertussen zijn ze een Nationaal park geworden. Je kunt er korte en lange wandelingen doen.
Vanaf hier start een behoorlijk spectaculiare route langs Maleny en Mapleton. Watervallen, regenwouden, prachtige vergezichten.
De eerste rustplaats is Kondalilla National Park, waar een 90 meter waterval zich in een met regenwoud bedekte vallei stort. Alhoewel storten misschien wat overdreven is. We hebben er een wandeling van 4,8 km gedaan. (Picnic Creek Circuit en Kondallila Falls Circuit). Dan terug de auto in. Sommige zeggen dat dit de mooiste rit is in Queensland. Wij vonden het alvast de moeite waard. Ondertussen is Nico vroeger dan hij verwacht had gewoon aan het links rijden en Looney Tune heeft zich aangepast aan Nico zijn rijstijl (of is het omgekeerd). De volgende stopplaats is Mapleton Falls National Park. Een waterval van 122 meter stort hier naar beneden. En hier is het woordje storten wel op zijn plaats. We vervolgen onze weg richting Kenilworth National Park. Langs de weg staat een groot oranje waarschuwingsbord: Opgepast steile afdaling. Verboden voor caravans en trucks van meer dan 10 ton. We zijn geen van beiden, dus niet voor ons van toepassing. Honderd meter verder nog eens een waarschuwingsbord. We rijden door. Plots stopt de asfaltweg. De weg wordt éénrichtingsverkeer en wordt een veredelde bosweg met grote stenen en nog grotere putten. We hadden beloofd om niet op unsealed roads te rijden. We kunnen niet meer terug. We moeten verder. De weg daalt inderdaad bijzonder steil, met haarspeldbochten, vol diepe putten. Naast mij zie ik de afgrond. Alles wordt door elkaar geschud. Gelukkig werken de remmen goed en liggen er net nieuwe banden op. Nog 3 kilometer. Ze hadden ons ook wel mogen waarschuwen dat deze weg unsealed was. Ze waarschuwen ons voor steile afdaling. Maar dit is gewoon je reinste waanzin. Zelfs met een 4x4 is zo’n weg een hachelijke onderneming. No worries, mate roept Nico naar mij, terwijl hij aan 15 km per uur naar beneden rijdt. Gelukkig komt er niemand achter ons. Nog 1 kilometer. Hopelijk hebben we hier geen platte band. Ik kijk nog eens op de kaart. En de weg staat wel degelijk in een volle lijn, dus geasfalteerd. Ik bewonder Nico. Hij blijft koelbloedig. Gelukkig heeft hij veel rijervaring. Het einde is in zich. Zucht, we zijn terug op de asfaltweg. Hoe noemen ze dit ook al weer: avontuurlijk reizen.We rijden verder naar Kenilworth. In het dorpje doen we nog wat inkopen. In een plaatselijk supermarktje praten we wat met de eigenaar. Ze zijn zo vriendelijk, waar verdienen we deze hartelijkheid. We willen nog wat bier kopen, we moeten naar het hotel gaan dat eveneens dienst doet als bar en liquor store. We vragen grote flessen bier. Aan de bar zitten een aantal mannen. Ze lachen. Ze vertellen ons dat we longnecks of tallies forex moeten vragen. Ah zo spreken ze die XXXX uit. In begin dachten we dat we bij de plaatselijke erotiekzaak waren, maar al vrij vlug hadden we door dat het favoriete bier van de Queenslander XXXX of four X is. Met 4 ijskoude pintjes, vers ijs trekken we het Nationaal Park in. De eigenaar van de supermarkt heeft ons beloofd dat Charlie Moreland de moeite waard is.
Oh neen we belanden weer op een unsealed road. Volgens het nationaal park was deze weg bruikbaar voor conventional car en caravan. We rijden door.
We komen aan de campground. Prachtig. We vullen ons selfregistration form in, stoppen 8 A$ in de enveloppe en parkeren ons. Het is een vrij grote campground, er staan maar weinig campers. We hoeven geen hout te sprokkelen voor de BBQ want er ligt een speciale houtvoorraad voor de campers. Net zoals in Amerika is BBQ’en niet met houtskool maar wel een groot vuur stoken. Het is 16u, de zon begint onder te gaan. De vogels fluiten zich te pletter. Welke zouden dat zijn? Kaketoes? Ze maken alvast veel lawaai. Overal stijgen rookpluimen op. Een rode gloed verwarmt elke camperplaats.
Het wordt echt wel koud. Een pull, een jas, dicht bij het vuur. Om 20u doven de vuurtjes en gaat iedereen slapen. Wij blijven volhouden, nog dichter bij het vuur, nog dichter bij elkaar. Om 21u geven we forfait. We kruipen in ons nest. Brrr wat is het koud. Onze thermoter geeft 6° aan. Het zal een koude nacht worden. En daar is maar één oplossing voor: elkaar verwarmen.We ontwaken. Rond 4u deze morgen is het echt koud geworden. De twee dekens van Wicked camper en onze twee fleecedekens hebben ons net voldoende kunnen verwarmen. Nog niet zo koud als toen we in de Everglades bijna onderkoeld in ons tentje lagen. Maar toch wel een beetje koud gehad. Het wordt nog erger wanneer we uit ons bed stappen en echt de koude tegemoet gaan. De temperatuur zakt hier met 20° graden. ’s Middags is het rond de 24° maar ’s nachts zakt de temperatuur tot aan het vriespunt. Op de radio horen we dat het de volgende nachten terug zo koud zal worden. De journalist vraagt of we terug een extra deken zullen nodig hebben. De weerman beaamt haar vraag. De zon zit nog achter de hoge bomen, dus echt opwarmen doet het nog niet. Terug merken we de rookpluimen op. Iedereen heeft blijkbaar terug zijn vuur aangestoken. Voor de eerste en laatste keer bouwen we ons bed om tot zithoek en eten we binnen in onze camper. Ondertussen horen we de honderden vogels. Als er iets wonderbaarlijk is, dan is het wel dat. Op het toilet zitten en niets anders horen dan vogels, honderden, steeds weer opnieuw. Soms is het een hels lawaai waardoor het bijna pijn doet aan je oren, andere keren lijkt het alsof je gevangen zit in een volière. Een memorabel moment: wakker worden in Kenilworth met de vogels op de achtergrond.
Na het ontbijt plannen we nog een wandeling: de little yabba walk. Na zo’n uurtje zijn we terug aan de camper. De geittruk toepassen en weg zijn we! Op weg naar Amamoor, het volgende Nationale Park. Ook hier terug een mooi aangelegde parking, ook hier zijn we bijna de enige bezoekers. We doen de Cascade circuit en wandeling van 1 uur. Het is een wandeling waarbij we verschillende keren de creek oversteken maar waarbij we vooral veel moeten klouteren over stenen. We vragen ons af of er überhaupt wel iemand deze wandeling nog doet. Het lijkt allemaal zo verlaten. Maar ook nu is het wandelen in de natuur een bijzonder mooie maar vooral aangename belevenis. Ondertussen warmt de zon ons verder op. Als we terug bij de camper komen is het in de zon een aangename 25 graden. Nog eventjes gebruik maken van de parkingfaciliteiten, opnieuw zijn die ongelooflijk proper, opnieuw hangt er wc-papier. We zijn in middle of nowhere, we hebben in drie uur niet 1 auto of bezoeker gezien. En toch ligt alles er verzorgd bij. Vanuit Amamoor rijden we richting Gympie. Terug een grote stad met veel winkels. Tijd om eventjes te stoppen in Woolworths om levensmiddelen aan te kopen. De dekens staan in promotie, voor amper 6A$ kopen we er een extra deken. Als je voor 3€ warm kunt hebben, waarom niet. We tanken en zetten onze rit verder. In eerste instantie wilden we naar Great Sandy Beach NP rijden en overnachten in het Inskipp point Recrational Area. Dit is een groot natuurgebied die door de overheid als recreatiegebied is omgetoverd en waar ongeveer 3000 campers kunnen kamperen. Ze raden echter 4x4 aan en er zijn geen faciliteiten, ook geen toiletten of drinkbaar water. We opteren om vandaag op een camping te staan en rijden verder door naar Hervey Bay. Hierdoor rijden we een stuk verder dan we gepland hadden.
Hervey Bay is vooral gekend voor zijn whalewatching. De walvissen komen elk jaar in augustus en september naar deze baai om hun jongen op te laten groeien. Blijkbaar vinden ze het heerlijke warme water hier aangenaam. Maar we zijn nog niet eens half juli, alhoewel er reeds promotie gevoerd wordt om naar de whales te kijken, opteren we er voor om het niet te doen. Men vertelt ons dat de kans klein is. En 150A$ uitgeven om niets te zien is toch overdreven, nietwaar. In Hervey Bay zijn er 3 campings aan het strand die door de gemeente worden uitgebaat. We beslissen om op één van deze campings te overnachten. Verschillende kampeerders komen ons spontaan aanspreken, er wordt veel afgelachen en veel vertelt. En jawel hoor onze buur is weer een buur, het is weer een geïmmigreerde Nederlander.
Bij zonsondergang drinken we onze fles champagne op. Iets later vliegen duizenden vogels over die krijsen dat het geen naam heeft. We leren van onze buur dat dit geen vogels zijn maar fruit bats, jawel vleermuizen. Men noemt ze flying foxes. Hij vertelt ons dat we de volgende morgen maar eens moeten kijken, want dan hangen ze in grote trossen met wel 100.000 samen in enkele bomen aan het einde van esplanade.We kruipen ons nestje, deze nacht zullen we zeker geen koud hebben want we hebben een extra deken. Maar hier zijn de nachten veel warmer, ongelooflijk maar waar: we hebben het té warm. Ergens midden in de nacht gooien we extra deken weg. Daar gaat onze 6A$.
0 Comments:
Een reactie posten
<< Home